‘Het water loopt uit je mond op zicht en reuk’
“Wij zijn beste vrienden, broers en zakenpartners.” Aan het woord zijn Maarten en Jeroen de Veer. In deze editie van Taylor Mates versus gaat Peter Taylor Parkins in gesprek met de twee Osse ondernemers. Met hun bedrijf produceren Maarten en Jeroen de Veer op de rand van industrieterrein Elzenburg ambachtelijke vleeswaren. “Wij proberen onze verse producten naar het grote publiek te brengen. Onder meer via een explosief groeiende landelijke supermarkt, maar ook nog altijd via speciaalzaken. Iedere week produceren wij 2.000 kilo vleeswaren, goed voor een kwart van de omzet.”

Eigenlijk was het al de opa van Maarten en Jeroen die de twee broers inspireerde om de vleeswaren in te gaan. Alleen op de vraag van Taylor Parkins om kort de geschiedenis van De Veer Vleeswaren uit de boeken te doen, kunnen de twee broers al uren vertellen. Samengevat vervulde opa De Veer een groot aantal functies in de vleeswaren, van hoofd worstenmakerij bij een slagerij tot manager van een vleeswarenfabriek. Zijn zoon, Tinie de Veer (de vader van Maarten en Jeroen) volgde de weg van zijn vader en besloot in 1965 De Veer Vleeswaren op te richten. Aan het eind van de jaren tachtig zocht Tinie naar opvolgers voor zijn bedrijf. Zoon Maarten stapte vervolgens als eerste in het bedrijf en na enkele jaren volgde ook Jeroen. Pas in 1997 deed vader Tinie een stapje terug en nog is hij met zijn enthousiasme met grote regelmaat op de zaak te vinden.
Exclusiviteit
Nu, bijna vijftien jaar later telt De Veer Vleeswaren negen medewerkers en zijn het naast vele kleine afnemers voor de handel en speciaalprodukten, vooral enkele grote spelers waaraan De Veer Vleeswaren toelevert. Taylor Parkins is benieuwd hoe deze klanten hun gevonden hebben. Jeroen: “Jaren geleden hebben wij eigenlijk zelf bij een supermarktketen aan de deur geklopt. Deze keten is te allen tijde op zoek naar kleinere bedrijven met een eigen identiteit die het assortiment van hun supermarkten willen verruimen met exclusieve producten. Wij kunnen die innovatieve artikelen aan hen leveren.” Maarten: “Inmiddels leveren wij toe aan een divers palet van ondernemingen. daaronder een landelijke groothandelsketen en dus een landelijke explosief groeiende 36 supermarktketen, maar ook aan de horeca groothandel en kaasspeciaalzaken.”
Spek
De broers pogen dus met hun bedrijf ambachtelijk bereide producten naar de consument te brengen. Jeroen: “De concurrentie is daarbij in onze branche moordend. Door enkele zeer sterk onderscheidende producten te maken – waaronder Brabants en Zeeuws spek – en die op een exclusieve wijze naar de markt te brengen, spelen wij een significante rol.” “Wat is er in de afgelopen twintig jaar aan jullie bedrijf het meest veranderd?”, wil Taylor Parkins weten. Jeroen: “Het palet van artikelen. Veertig procent van de artikelen die wij twintig jaar terug voerden, zitten nu nog in het assortiment. Het zijn 85 producten die wij toen ook al hadden. De grote wijziging komt vooral omdat ontzettend veel nieuwe producten zijn toegevoegd. Vroeger kreeg je op een feestje één salade: selderijsalade. Nu nemen mensen zelfs krabsalade op het brood mee naar het werk. Vandaag de dag kennen wij bijvoorbeeld alleen al 79 verschillende salades.”
Ambacht 
Het is echter niet alleen het assortiment wat Maarten en Jeroen hebben zien veranderen. Ook het gehele landschap waarin de twee broers acteren is veranderd. “Retailers – waaronder supermarkten – halen meer en meer het ambacht binnen hun zaak”, constateert Jeroen. “Daardoor verdwijnen de zelfstandige ambachtswinkels. Oss kent bijvoorbeeld nog maar vijf slagers, dat waren er vroeger meer dan tien.” Jeroen voorspelt dat over vijf jaar negentig procent van de vleeswaren in Nederland via de retail gedistribueerd wordt naar de consument. “Slechts 1 op de 10 consumenten zal zijn vleeswaren in 2015 of 2016 nog bij de slager kopen.” Op de vraag van Taylor Parkins waar Maarten en Jeroen met die wetenschap over vijf jaar willen staan, zijn de broers duidelijk. “Waarschijnlijk staan wij hier in nieuwe ruimtes als onderdeel van een uitgebreid bedrijfspand. Tegen die tijd is de kans groot dat wij op enkele zaken na alleen nog maar zelf vleeswaren produceren en voor een heleboel producten niet meer als tussenstation fungeren. Het productportfolio met unieke vleeswaren die wij zelf produceren willen wij fors uitbreiden.” Maarten verwacht daarbij veel van het zogenaamde ‘clean label’. “Dit betekent dat producten zonder kunstmatige toevoegingen en zonder E-nummers geproduceerd zullen worden. Dit is tegen een kleine meerprijs mogelijk. De vraag naar meer ‘zuivere’ producten neemt nu al toe.” De ultieme versbeleving maken de broers daarbij dagelijks mee. “Als het Brabants en Zeeuws spek vers gebakken wordt, loopt het water uit je mond op zicht en reuk”, stelt Maarten. “Dat echt verse karakter is onbeschrijflijk.”
Tot slot reageren Maarten en Jeroen kort op enkele stellingen die Peter Taylor Parkins hen voorlegt.
Als ik niet in dit bedrijf was toegetreden was ik ……. Maarten: ‘Versspecialist bij een supermarkt organisatie geworden’ Jeroen: ‘Met zekerheid ergens in de sales werkzaam’
Oss vleesstad Maarten: ‘voorheen een begrip, momenteel is Oss nog wel één van de belangrijkste’ Jeroen: ‘Helaas zijn de grote spelers uit Oss verdwenen en is productie veelal verplaatst’
Bedrijvig Oss – september 2011
|